Aansluiten en verder niets

‘Frank, probeer alles los te laten en alleen nog maar aan te sluiten’. Dit is één van de dingen waar ik op moet letten in de begeleiding van kinderen. Ook ik krijg feedback over mijn handelen en dat is best even wennen kan ik je zeggen. Jarenlang begeleid ik kinderen en in die jaren heb ik wel feedback gekregen, maar nu is het echt het jaar voor mijn persoonlijke ontwikkeling. In mijn opleiding tot psychomotorisch therapeut voel ik me weer gewoon een schoolgaand kind. Ik word niet als een kind behandeld, maar zit wel weer in de rol die kinderen op school ook hebben. Aansluiten bij een kind is niet nieuw voor me en dit doe ik op veel vlakken al, maar het kan op nog zoveel meer gebieden. Nu ik zelf met dit leerdoel bezig ben besef ik me hoeveel begeleiders van kinderen (ouders, leerkrachten etc) dit ook nog meer zouden kunnen doen. Wat is aansluiten bij een kind eigenlijk? Bijvoorbeeld door je knieën zakken om in lengte aan te sluiten bij het kind. Een spel spelen binnen de interesse van het kind. Het niveau van het spel aanpassen aan het niveau van waarin het kind zich bevindt in zijn of haar ontwikkeling. Maar er zijn nog veel meer gebieden waarin we nog meer kunnen aansluiten. Ik merk zelf bijvoorbeeld dat onze wereld zo gericht is op cognitie dat ik te snel vooruit denk en handel. Dit is in mijn eigen leven vaak handig, maar je ontneemt zoveel hobbels voor een kind. Wij begrijpen al zo veel dat we ook niet zo vaak van het kind willen horen wat het ervaart omdat we het al weten of nog erger, denken te weten. Nu ik hier mee bezig ben besef ik hoe vaak ik iets invul voor de ander. Ik ben me dan ook bewust mijn gedachten aan het parkeren en hou me meer van de domme. Dit geeft een kind het gevoel dat het de wereld mag ervaren hoe ze dat zelf ervaren. Het geeft mij ook een nog duidelijk beeld van hoe ze hun wereld zien en op welk niveau. Hier probeer ik dan gelijk weer mijn interventies op aan te passen.

Voorbeeld: Een jongen van 5 jaar oud bouwt een vliegtuig van duplo. Hij wil vervolgens zelf ook vliegen en spreid zijn armen en rent door de ruimte. Hierbij maakt hij een zoemend geluid. Ik denk aan aansluiten en ren achter hem aan en kopieer zijn gedrag. Samen vliegen we door de ruimte. Ik wil weten hoe hij met zijn hele lijf deze actie heeft ervaren. Eerder zou ik veel eerder reageren als ‘wat gingen we hard hé?’ of ik zou er misschien zelfs aan voorbij gaan en het kind sturen in de richting/opdracht die ik zelf wil gaan doen. In plaats daarvan hadden we het over de wind die we voelden. Hij voelde het door zijn haren, dat gevoel is voor mij helaas een tijd geleden. Maar het voelen van de grond onder onze voeten en de wind langs onze armen voelde ik ook zeker. Ook wilde ik weten hoe je zo’n vliegtuig bouwt van lego. Ik wist van niets. Hoe ziet zo’n vliegtuig er dan uit? Wat moet een vliegtuig hebben. Hoe groot moet het zijn? Doordat hij antwoord gaf op deze vragen kreeg ik een inkijkje in zijn belevingswereld, zijn gedachten en tegelijk ook zijn niveau van denken. Tegelijk vond hij het leuk om zijn gedachten te uiten en mij voor zijn gevoel iets te leren.

Het aansluiten bij een kind verschilt wel per leeftijd. Je een beetje van de domme houden werkt vaak wat minder goed bij kinderen ouder dan 5 a 6 jaar, maar bij kinderen tot die leeftijd geeft het een mooie manier om inzicht te krijgen in wat er in het kind omgaat. Ik haal hier zelf nog iedere keer dat ik een kind begeleid mooie ervaringen uit waarbij ik steeds weer verrast ben in wat er in kinderen omgaat. Als iedereen in de wereld die met kinderen in aanraking komt hier een klein ietsiepietsie beter in zou worden zouden we kinderen nog beter begrijpen en ze ook nog beter kunnen helpen in hun ontwikkeling.

Add a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *