Hoe begrijp ik mijn kind beter?

Hoe begrijp ik mijn kind beter?

Het is niet altijd even makkelijk om kinderen te begrijpen. Hun gedragingen zijn niet altijd vanzelfsprekend en kunnen ook heel onverwacht veranderen. Ik hoor geregeld kinderen zeggen dat de leerkracht, hun ouders of kinderen uit de klas hun niet begrijpen. Dit zorgt voor afstand tussen relaties en voor kinderen voelt dit als er niet bij horen. Er niet bij horen kan resulteren tot afzonderen, maar kan ook zorgen voor verandering van gedrag bij het kind om er wel bij te horen. Dit gedrag is niet altijd de juiste keuze en kan dan ook weer leiden tot een negatieve ervaring.

Als ouders zijnde heb je ook te maken met miscommunicatie. Dit is niet erg en komt bij iedereen voor, maar wanneer het te vaak voor komt heeft het grote gevolgen voor de relatie met je kind, de opvoeding en de algehele ontwikkeling van je kind.

We leven momenteel in een supersnelle communicatie wereld waarin we veel gebruik maken van computers, ipads en smartphones. Je wilt iets, je swiped, je typt, je klikt en je hebt wat je wil. Het is vaak eenzijdige communicatie waarin we praten met onze computers en die computers doen vervolgens wat wij willen. Kinderen leren voor ze naar school gaan dan ook al dat ze kunnen bestellen en direct krijgen. Soms wil je iets wat je alleen van een persoon kunt krijgen en een persoon is geen google, geen robot. Ook wanneer wij iets aan het kind vragen schrikken ze bijna. De keren dat wij iets van een kind vragen is te verwaarlozen in vergelijking met de keren dat een kind iets vraagt van jou of een computer. En in negen van de tien keer hoeven ze het niet eens te vragen en is het iets wat ze keer op keer kunnen krijgen zonder te vragen.

Als kinderoefentherapeut en coach moet ik ook continu contact maken om kinderen wat te leren en andersom. Kinderen moeten ook contact met mij maken om iets te leren waar ze mijn hulp voor nodig hebben. Om het gevoel van controle te hebben over wat en hoe een kind leert zul je moeten starten met contact.

Zoek aansluiting

In de huid kruipen van de ander kan je een heel ander inzicht geven in de belevingswereld van die persoon. Door aan te sluiten bij de interesses van je kind creëer je ook eerder een situatie waarin je meer controle krijgt over gedrag en handelen. Dit is niet alleen voor jou als ouder belangrijk, maar ook voor leerkrachten en voor therapeuten zoals ik.

Als voorbeeld een jongen die ik ooit bij mij in begeleiding was:

Ouders: ‘We willen graag dat je gaat starten met hem en we hopen dat hij het leuk gaat vinden. We twijfelen wel nog een beetje want hij vindt weinig leuk en hij gooit snel zijn kont tegen de krib als iets hem niet bevalt.’

Uit het gesprek met zijn ouders komt naar voren dat hij een autistische stoornis heeft (pdd-nos). Ouders geven aan dat Luuk eigenlijk alleen van voetbal houdt en van topografie. Hij weet van veel landen de hoofdstad zo op te noemen. Gelukkig geven ouders aan dat hij voor feyenoord is. Tsja, ik heb ook gevoelens :-). Meegaan in de interesses van kinderen is een goede ingang en hiermee maak je wel degelijk contact, maar er zijn natuurlijk grenzen. Ik ga niet doen alsof ik voor ajax ben en ik ga niet als mega mindy verkleed. Gelukkig hoeft dat ook niet om toch een band op te bouwen.

Luuk kwam binnen. Een beetje gespannen, weinig emotie, weinig beweging, zachte stem, slap handje en toch wel al 12 jaar oud. We starten in de zaal met een potje voetbal en al direct gaat het over feyenoord. Tijdens het voetbal komt er een kracht vrij bij Luuk! Niet normaal! Echt een power zit er in die jongen. Ik besluit mezelf kwetsbaar op te stellen en stel voor dat wanneer hij scoort hij een land mag noemen en dat ik dan de hoofdstad moet raden. Ik stond al snel met 5-0 achter zoals je begrijpt. Gelukkig kon ik de eer redden door een beetje voorwerk dat ik had gedaan. De hoofdstad van Australië is voor veel mensen een instinker en zelfs voor kenner Luuk. Hij kon er om lachen en ik stelde voor dat hij morgen aan de juf zou vragen of zij de hoofdstad weet. Grote kans dat hij dan ook morgen al snel met 1-0 voor staat. Ondanks dat ze wel eens zeggen dat autisten zich niet zo goed kunnen inleven kon Luuk de overwinning al ruiken.

Ook al won Luuk met 5-1, ik stond in het traject al 5-0 voor.

Een planning maken vooraf voor wat je wilt gaan doen is vaak een goed plan, maar vergeet niet dat kinderen zelf ook plannen hebben in hun hoofd en hier moet je zeker rekening mee houden. Om een kind te laten doen wat jij wilt zul je vaker dan je denkt eerst moeten aansluiten bij zijn of haar interesses. Zie het als joggen. Je gaat met je partner joggen. Eerst volg je zijn tempo en dan langzaamaan ga je versnellen. Je zal merken dat hij automatisch ook sneller zal lopen. Wanneer hij reageert met ‘Hee! niet zo snel!’, dan kun je altijd weer gas terug nemen. Langzaam aan verander je op deze manier snelheid en richting en kun je zelfs andere opdrachten erbij doen en huidige opdrachten stoppen.

Een prachtig filmpje waarbij je kunt zien wat aansluiten bij een kind kan doen zie je hier. Het maakt je aan het lachen en het is ook zelfs aandoenlijk om te zien. Vaak werkt dit twee kanten op. Je geeft wat en je krijgt wat terug, wacht maar af.

Te weinig beweging? 8 mogelijke gevolgen

Te weinig beweging? 8 mogelijke gevolgen

Ondanks dat de eerste levensjaren tot een jaar of 6 a 7 erg belangrijk zijn voor het ontwikkelen van motorische vaardigheden is bewegen niet ineens een stuk minder belangrijk wanneer de kinderen ouder zijn. De aandacht verschuift wel enorm. Na groep 2 zie je al een enorme verschuiving in dagritme, speeltijd en opstelling in de klas. Kinderen krijgen minder speeltijd, minder ruimte voor creativiteit en minder ruimte voor bewegen.

Wat een kind moet kunnen aan vaardigheden op een bepaalde leeftijd is niet zo moeilijk te achterhalen. Daar zijn talloze lijstjes van op internet. Wat het effect is van het niet of niet voldoende behalen van een motorische mijlpaal is vaak minder bekend.

Hieronder lees je 8 gevolgen die een achterstand in de motorische ontwikkeling kan hebben.

1.Kan een kind nog meedoen?

Dit is wel gelijk de belangrijkste. Een kind wil altijd meedoen met anderen en als het achterloopt op zijn vriendjes haakt hij vroeg of laat af. Als hij geluk heeft zijn er nog een paar vriendjes die afhaken en kan hij alsnog aansluiting vinden bij die kinderen. Dit klinkt eigenlijk best triest en dat is het ook als je het mij vraagt. Vooral als het voorkomen had kunnen worden.

2.Gedrag van een kind kan veranderen

Ik zeg bewust dat het gedrag ‘kan’ veranderen. Dat hoeft natuurlijk niet zo te zijn. Wanneer kinderen meer moeite hebben om mee te komen in samenspel kunnen ze zich meer terugtrekken. Een kind kan juist de rustige plekjes in het veld opzoeken om zichzelf zo een beetje uit lastige situaties te houden. Andersom kan natuurlijk ook. Een kind kan ook zichzelf gaan overschreeuwen door letterlijk harder te gaan praten en proberen de controle die hij mist in het spel te compenseren door de regels aan te passen of continu in discussie te gaan met andere kinderen. Het gedrag van een kind kan op nog meer manieren veranderen, maar dat komt deels in de volgende punten terug.

3.Energie voorraad is eerder op

Kinderen die meer moeite hebben om bij gym een sprong over de kast te maken zullen ook meer energie kwijt zijn. Wanneer je energie eerder op is kun je ook minder makkelijk informatie verwerken. Kinderen die moe zijn botsen vaak ook eerder in sociale situaties.

4.Bewegingsangst

Een kind dat moeite heeft met bewegen kan angsten ontwikkelen voor bepaalde vaardigheden en situaties. Dit heeft gevolgen voor het vertrouwen in eigen kunnen en je eigenwaarde.

5.Minder bewegen

Kinderen kunnen minder gaan bewegen als succes te vaak uitblijft. Dit heeft gevolgen voor de conditie en de algehele ontwikkeling en gezondheid van het kind.

6.Gewichtstoename

Als vervolg op punt 5 is gewichtstoename helaas vaak geen uitzondering bij kinderen die moeite hebben met bewegen.

7.Weg van de minste weerstand

Het kan zijn dat kinderen steeds minder energie gaan steken in uitdagingen omdat ze weten dat het te weinig resultaat oplevert. Hierdoor gaan ze ook steeds vaker uitdagingen uit de weg en houden ze vast aan veiligheid met als gevolg stilstand en/of achteruitgang.

8.Concentratie is minder

Het uitvoeren van motorische vaardigheden vergt sowieso meer concentratie van een kind wanneer hij er meer moeite mee heeft. Toch zie je ook vaker dat kinderen ook in andere situaties moeite hebben om hun aandacht te richten op wat ze doen.

Percentage overgewicht bij kinderen is veel te hoog!

Percentage overgewicht bij kinderen is veel te hoog!

Besef als ouder dat je kind een groot risico loopt wanneer het al overgewicht heeft. Zeker als je kind nog in de basisschoolleeftijd zit. Niet dat overgewicht goed is wanneer je kind ouder is, maar op jonge leeftijd heeft dat zo’n grote invloed op de toekomst.

Van de kinderen tussen 4-12 jaar oud hebben 12.3% overgewicht en daarvan heeft 3.9% obesitas! Dat betekent bijna in iedere klas wel 1 kind obesitas heeft en zeker 3 à 4 kinderen overgewicht hebben. En dit is een landelijk gemiddelde.

In achterstandswijken of prioriteitswijken, net hoe je het wilt noemen, is het percentage velen malen hoger. Dan hebben we het zelfs over 30% van de kinderen die te zwaar zijn met een gemiddelde van 9% obesitas.

School en ouders

Op scholen zie ik tegenwoordig ladingen fruit en groente voorbij komen. De traktaties zijn vaak nog wel ongezond waarmee we laten zien dat we suiker en ongezonde vetten nog steeds omarmen en accepteren met z’n allen. De pauze momenten en het beweegonderwijs zou wat mij betreft ook beter kunnen, maar in het onderwijs worden goede zaken gedaan. Ondanks onze eeuwenoude vastgeroeste systemen is er toch beweging in de goede richting zichtbaar.

Thuis gaat het nog te vaak mis. Ouders ontkennen ook vaak dat hun kind snoep krijgt of weten niet goed wat goed of slecht eten is. En dan heb ik het uiteraard over de ouders van kinderen met overgewicht. Feit is gewoon dat als kinderen te zwaar zijn dat ze meer energie naar binnen krijgen dan ze verbranden. Dat is een probleem!

Ik ben geen voedingsdeskundige…

Nee, dat niet, maar ik zie veel kinderen en ik zie ook een groot gedeelte van de omgeving van de kinderen. Signaleren, waarschuwen, confronteren en adviseren, meer kan ik niet doen. Advies over voeding laat ik aan anderen over, maar over bewegen heb ik genoeg te zeggen.

Hulp inschakelen is geen falen

Vaak zien ouders het als falen wanneer ze hulp nodig hebben, dat is in mijn ogen iets wat veel mensen (zo niet alle mensen) voelen. Je komt alleen verder door te accepteren dat je niet alles zelf kunt en open staat voor adviezen van mensen die daar iets meer vanaf weten dan jij.

Denk jij nou, tsja, mijn kind is te zwaar, kom dan nu in actie. Als ouder ben je de belangrijkste schakel in de ontwikkeling van je kind. Jij bepaalt of je kind (of jij) hulp krijgt of niet. Uiteindelijk willen we allemaal een gezond kind met een gezonde toekomst, toch?

Bron

https://www.volksgezondheidenzorg.info/onderwerp/overgewicht/cijfers-context/huidige-situatie#node-overgewicht-kinderen

https://www.tno.nl/media/1431/pzsckindereninstadswijkenrapport.pdf

FrankBeweegt’s lekker het weekend in (poep)verhaal

FrankBeweegt’s lekker het weekend in (poep)verhaal

Kleuterjuffen moeten dit vast heel vaak meemaken. Van die poep-verhalen! Iedereen poept zeggen ze, maar kleuters vinden het nog wel eens fijn om een juf erbij te betrekken. Kinderen komen bij mij maar een half uur per week, dus dat verkleind de kans enorm op poep-verhalen. En dat is maar goed ook, want Frank beweegt wel, maar Frank veegt geen billen af (FrankVeegt had dan ook gekund). Natuurlijk heb je soms interesses en talenten die je vooraf nog niet wist dat je ze had, maar laten we zeggen dat ik mezelf inmiddels wel aardig ken.

En zeker na deze ervaring:

Kind: ‘Frank ik moet echt heel nodig poepen!’ (fijn ook dat kleuters ook altijd even benoemen wat ze op de wc gaan doen)

Ik: ‘Dan moet je maar heel nodig gaan.’

Kind: ‘Ja, maar ik kan mijn billen niet afvegen.’ (heus wel, en anders kun je het vanaf vandaag)

Ik: ‘Jawel joh! Je zit al in groep 3 (officieel kleuter af toch?), probeer het maar zelf.’ (ik ga je moeder persoonlijk opbellen als het je niet lukt, o, ik begrijp kleuterjuffen ook ineens zo goed!)

En daar ging hij. Als een speer naar de wc. Het duurde vrij lang voor ik weer wat hoorde. Zeker voor een kleuter. Ik sta altijd versteld van hoe snel die kinderen kunnen plassen. Echt bizar gewoon. Een grote boodschap kost dus blijkbaar ook bij kleine kinderen meer tijd.

En toen…

Kind: ‘Frank kom je me helpen?'(NEEEEEEE dacht ik, nooit!, Frank je was toch hulpverlener? Ja klopt, WAS, ik stop er gelijk mee)

Ik: ‘Is het niet gelukt?’

Kind: ‘Nee, jij moet me helpen.’

Ik: ‘Probeer het eerst zelf maar.’ (doorzetten Frank, doorzetten, billen afvegen is ook een motorische handeling, zelfs naar de wc gaan is wetenschappelijk te onderbouwen)

Niet veel later:

Kind: ‘Frank, kom eens?’

Met frisse tegenzin liep ik richting het poepgebeuren. En daar stond hij met de wc deur open, zijn broek op de enkels, voorover gebogen met zijn billen VOL naar achteren. Ik dacht dat alleen dronken pubers dat deden om anderen te shockeren, maar blijkbaar begint dit gedrag al op jonge leeftijd.

Kind: ‘Is het zo goed Frank?’ (ik kon mijn lach nog net inhouden)

Ik: ‘Nou pak nog maar wat wc papier!’ (Zeker zelf nog geen kinderen Frank? Nee ik heb er zo’n 40 per week, vind ik genoeg en na deze gebeurtenis zet ik het plan nog even in de ijskast)

Uiteindelijk lukte het hem helemaal zelf. Het kostte wel bijna een hele wc rol. Gelukkig raakte de wc niet verstopt. Eind goed al goed. Hij blij en vooral IK blij!

Ik ruik je wel hoor

‘Ik ruik je wel hoor’

Er waren pas 10 minuten voorbij. Hij trok het nu al niet meer. 25 kinderen in de klas, zelfs minder dan vorig jaar, maar het geluid was nog heftiger. Iedereen was vrolijk en hysterisch tegelijk en hij probeerde alle prikkels te ontwijken. Alsof hij in het diepe sprong, maar niet nat wilde worden. Hij verzoop in het geluid.

Voor de zomervakantie was iedereen blij. Pieter mocht over naar groep 2, maar zo blij was hij niet. Hij had zichzelf lezen aangeleerd en had inmiddels ook al zijn focus op rekensommen en sudoku. Dat is helaas in groep 2 nog geen dagelijkse bezigheid. Het talent van Pieter lag nog niet op zijn weg, maar dat wat er wel lag was niet zijn talent. Samen leren spelen in de bouwhoek. SAAI! Alleen de treinbaan van zijn vader was gaaf. In zijn eentje uren spelen.

Niemand had ook aandacht voor Pieter en Pieter probeerde daar soms tevergeefs wat aan te doen door zijn beste bouwkunst te maken voor Sjoerd in de hoop dat hij mee mocht spelen met zijn treinbaan. ‘Als je weet waar ik de treinen heb verstopt mag je mee doen!’, zei Sjoerd. Pieter was overrompeld door Sjoerd en probeerde één keer te raden. ‘Onder dat kussen?’ NEE!! ‘Nou dan mag je ook niet mee doen’, zei Sjoerd. Pieter durfde het niet tegen de juf te zeggen en was intens verdrietig en boos tegelijk.

Pieter moest die middags naar gym. Speciale gym waar je niet alleen ging sporten en beter leerde bewegen, maar waar je ook andere spellen deed en je soms best lastige opdrachten moest doen. Pieter probeerde al zijn ideeën uit om meneer gym over te halen. Hoe moest hij ooit laten merken dat hij de opdracht met de blinddoek niet wilde doen? ‘Ik ga dus echt geen blinddoek op doen meneertje met je kale hoofd en je ik-help-je-wel uitstraling!’ Helaas was dit alleen een stem in zijn hoofd. ‘Waarom zegt de-meneer-waartegen-ik-alles-maar-moet-zeggen-van-mijn-moeder niet gewoon dat hij het idee heeft dat ik het spannend vind en dat we dan maar beter met de treinen kunnen spelen?’

Het was donker! Ik kreeg minder lucht en hij zat strak. Tenminste, hij zat niet strak, maar dat zei ik in de hoop dat hij hem toch nog af zou doen. Daar ging ik, opzoek naar meneer gym en alleen afgaand op mijn gevoel en gehoor. Ik durfde te vragen of ik de goede kant opging, maar meneer gym was taai vandaag. Geen antwoord! Alleen als ik vroeg om een geluidje kreeg ik een geluidje, maar ik wilde helemaal geen geluidje!! Ik wilde weten of ik de goede kant opliep. Ik probeerde met grapjes me te ontspannen. ‘Ik ruik je wel’, zei ik! (‘en bedankt!’, dacht meneer gym)

Stiekem vond ik de opdracht toch wel leuk. Thuis deed ik al de hele week blinddoek spelletjes, maar ja, dat was thuis. Ik speelde dan de speurneus en zei tegen mijn moeder dat ik alles kon ruiken.

JA! Ineens voelde ik de arm van meneer gym en ik trok de blinddoek van mijn hoofd. Alle spanning viel weg en ik was opgelucht en trots. Daarna mocht ik me verstoppen voor meneer gym en moest hij op mijn geluid afgaan. Maar helaas! Ik kon mijn lach niet inhouden en hij had me zo te pakken.

Pieter leerde vertrouwen op zijn lichaam en had net het duwtje nodig om een positieve ervaring op te doen buiten zijn comfort zone. Hij leerde om prikkels om hem heen te gebruiken en om te zetten in een actie in plaats van een blokkade. Hij leerde bewegen in plaats van verstijfd en radeloos wachten totdat het voorbij is. Pieter kwam letterlijk en figuurlijk in beweging.

OORZAKEN VAN GEDRAGSPROBLEMEN BIJ KINDEREN

Oorzaken van gedragsproblemen bij kinderen

Gedragsproblemen van kinderen zijn echt trendy in Nederland. We hebben het er maar al te graag over en het onderwerp reikt zelfs tot in de politiek. Ooit zei een leerkracht tegen mij na de zoveelste discussie over gedragsproblemen van kinderen: ‘Ik hou sowieso niet van gedrag, in welke vorm dan ook.’ Waarmee hij aangaf dat hij de eeuwige discussie hierover zat was.

Toch blijf ik me wel interesseren voor gedrag en vooral de combinatie tussen gedrag en bewegen. Waarom reageert een kind zoals hij doet? Waar komt het gedrag vandaan en heel interessant, hoe creëer je gedrag wat je graag wilt zien bij een kind?

Welke gedragsproblemen zijn er nu?

Gedragsproblemen kunnen we vandaag de dag in allemaal hokjes plaatsen. Dit is echt vet handig, maar kan mensen ook echt irriteren. We willen namelijk allemaal als uniek gezien worden en niet als de ADHD’er waar er nog duizenden van zijn en die zogenaamd allemaal hetzelfde gedrag vertonen.

Een gedragsprobleem kan komen door een gedragsstoornis, maar kan ook een combinatie zijn met een ander probleem, zoals ADHD, autisme of een hechtingsprobleem.

Ook kan een gedragsprobleem vaak niet aan een diagnose worden gekoppeld. Een kind heeft boze buien, moeite met luisteren, zit niet lekker in zijn vel. Zomaar wat gedragingen die zich voor kunnen doen bij ieder kind. Dit is een grotere groep kinderen dan wij denken en hier kom ik graag straks nog op terug.

Om jullie toch eerst nog een beetje te irriteren noem ik een paar hokjes. De meest voorkomende gedragsstoornissen zijn:

ODD

Oppositioneel Opstandige Gedragsstoornis (OOG) of in luxe termen Oppositional Defiant Disorder (ODD dus). Zo luxe ziet het gedrag er niet uit wanneer je deze diagnose krijgt opgeplakt. Vaak komen de volgende gedragingen terug bij deze stoornis:

  • is vaak driftig
  • verzet zich tegen regels
  • weigert zich te voegen naar wat de volwassene vraagt
  • maakt vaak ruzie met volwassenen
  • ergert anderen met opzet
  • geeft de schuld van eigen fouten aan anderen
  • is vaak prikkelbaar, ergert zich vaak
  • is vaak boos of gepikeerd
  • is hatelijk en wraakzuchtig

CD

CD is in dit geval niet dat schijfje waar we probeerde zoveel mogelijk illegale muziek op te zetten. Het staat voor Antisociale Gedragsstoornis (AG) ofwel Conduct Disorders (CD). Vaak zie je bij deze kinderen/jongeren delinquent gedrag. Ze zijn vaak agressief en houden niet van regels. CD is eigenlijk een variant van ODD die wat meer voorkomt bij jongeren dan bij kinderen. Verder zien we bij deze jongeren/kinderen de volgende gedragingen:

  • pest, bedreigt, intimideert
  • gebruikt wapens en brengt lichamelijk letstel toe
  • zet aan tot vechten
  • mishandelt mens en dier
  • dwingt tot seksueel contact
  • steelt of liegt en vernielt met de bedoeling ernstige schade aan te richten
  • spijbelt en loopt weg van huis

 Gedragsprobleem zonder diagnose

Zoals ik eerder al aangaf zijn er flink wat kinderen zonder diagnose die wel vervelend gedrag kunnen laten zien. Ze luisteren niet naar hun ouders of leerkracht, ze hebben boze buien en liggen vaak in de clinch met andere kinderen.

Hoewel dit gedrag nu speelt is het vaak zo dat deze kinderen dit gedrag niet altijd vertoond hebben. Ze waren eerder heel sociaal, hadden genoeg vriendjes en er waren thuis en op school weinig tot geen confrontaties.

Kortom, genoeg redenen om snel achter de oorzaak te komen van negatief gedrag bij kinderen.

Op school gewenst gedrag, thuis boos

Vaak zie je kinderen die op school gewenst gedrag vertonen, maar thuis over grenzen gaan van familie. Raken kinderen op school dan nooit gefrustreerd? Kinderen raken zeker gefrustreerd, maar houden zich vaak in. Frustraties kunnen op school komen doordat ze de leerstof niet aankunnen. Of het is teveel of te moeilijk. Ook kan het voorkomen dat het samenspel met klasgenootjes niet zo fijn verloopt.

Kinderen nemen al deze prikkels en ervaringen in zich op en doen dat met hun hele lijf. Alle zintuigen staan open om prikkels toe te laten. Dat is ook nodig om te kunnen leren.

Wat er in komt moet er ook weer uit

De beste plek om tot ontspanning te komen is vaak thuis. Daar komt dan ook vaak de spanning er uit. Dit gaat alleen niet altijd zo gedoseerd als we als familie zouden willen. Zo lastig als het is als kind om je grenzen aan te geven in de klas, zo makkelijk gaat dat thuis.

Prikkelverwerking

Zo hadden we het eigenlijk net al over prikkelverwerking. Het ene kind is daar beter in dan het andere kind, maar een feit blijft dat iedereen z’n emmertje een keer overstroomt. Klaslokalen kunnen druk zijn doordat er veel aan de muur hangt. Ook kan er vaak geluid zijn en kunnen kinderen in een zeer rumoerige klas zitten. Om prikkels goed te kunnen verwerken is het handig om hulp te kunnen vragen op de juiste momenten.

Pauzes kunnen er toe leiden dat kinderen door te bewegen hun opgebouwde spanningen kunnen ontladen. Gym kan hier ook een goede bijdrage aan leveren.

Bewegen ontspant

Bewegen ontspant niet alleen. Bewegen zorgt ook voor het verwerken van informatie en gebeurtenissen. Ga maar eens een wandeling maken. Veel mensen verwerken het verleden en krijgen langzaamaan weer nieuwe ideeën en plannen voor de toekomst. Zo werkt het met kinderen net zo.

Doseren kun je leren

Bij het aanleren van motorische vaardigheden zie je vaak dat kinderen eerst wat grof en zonder al te veel controle bewegen. Dit geldt overigens ook voor volwassenen. De eerste nieuwe beweging is vaak wat ongecontroleerd en wat groot. Grote bewegingen voel je ook beter dan kleine en zo krijgt je lijf ook meer feedback.

Hetzelfde gaat op voor gedrag wat kinderen laten zien. Als kinderen jonger zijn is het gedrag en zijn de emoties vaak nog wat ongecontroleerd. Vaak gaat dit hand in hand met de motorische ontwikkeling en zie je gelijkenissen. Ook al kunnen kinderen soms wat minder gedoseerd bewegen of zich minder gedoseerd gedragen, doseren kun je leren.

Kinderen die snel boos worden bouwen ook gemakkelijker spanningen op in hun lijf en vinden het lastig om dit deze spanningen tijdig te reguleren. Ze voelen het ook onvoldoende aankomen of de situatie is er niet naar om het eruit te gooien. Zo kun je dus beter een keer thuis schreeuwen dan midden in de klas.

Ouders horen dan ook maar al te vaak van een leerkracht wat voor voorbeeldig kind ze toch hebben en denken dan nou kom maar eens thuis kijken.

Rolmodel

Kinderen zijn kopieën van hun omgeving met een klein beetje van zichzelf. Veel van wat ze doen en hoe ze zich gedragen hebben ze vanuit hun omgeving gekopieerd. Er zijn ouders die zich hier heel bewust van zijn en er ook mee bezig zijn om zelf het gedrag te laten zien wat ze graag bij hun kind willen zien. Er zijn ook ouders die zich hier nog onvoldoende bewust van zijn.

Wij zijn immers ook maar mensen. Waarmee ik wil zeggen dat wij ook graag thuis na ons werk even zeuren over wat er allemaal gebeurd is. Kinderen nemen dit haarfijn over en gebruiken zelfs vaak letterlijk de woorden die hun ouders ook toepassen.

3x R

3x R staat voor Rust, Reinheid en Regelmaat. Kinderen met kringen onder hun ogen, ik zie ze helaas nog te vaak rondlopen. Ook zie ik kinderen met een wit en vermoeid gezicht en kinderen die energie missen uit slaap, maar ook uit goed en gezond eten en drinken.

Veel kinderen hebben thuis en op school ook minder ruimte en tijd om opgebouwde spanningen kwijt te kunnen. Ze krijgen te weinig aandacht, bewegen te weinig, kunnen niet meer goed in slaap komen en hebben te weinig regelmaat.

Dit alles zorgt voor uitbarstingen en dus negatief gedrag. Gedrag wat komt door ontlading, maar ook gedrag als gevolg van aandacht te kort.

Tot slot

Gedrag is er altijd. Wanneer een kind geen gedragsstoornis heeft is gedrag altijd de uitkomst van gebeurtenissen. Nog vaak accepteren we bepaald gedrag niet, terwijl het gedrag best logisch is als je weet waar het vandaan komt. Als ouder kun je door meer tijd samen te zijn met je kind er makkelijker achter komen waar bepaald gedrag vandaan komt.

Ik hoop dat jullie meer inzicht hebben gekregen in gedragsstoornissen en oorzaken van negatief gedrag bij kinderen. Voor nu wil ik alleen nog zeggen:

GEDRAAG JE!

Bronnen

http://www.empoweringparents.com/article/positive-parenting-5-rules-to-help-you-deal-with-negative-child-behavior-more-positively/

http://www.livestrong.com/article/109180-causes-bad-behavior-child/