Heelys? Beter rolschaatsen

Heelys? Beter rolschaatsen

In mijn heely speurtocht kom ik al best veel informatie en filmpjes tegen. Heelys zijn schoenen met 1 of soms 2 Heelys beter rolschaatsenwieltjes in de hak. Overgewaaid of beter gezegd gerold uit Amerika en razend populair. Kinderen kwamen afgelopen schooljaar ook gewoon op die dingen naar school en dus ook bij mij in de speelzaal of praktijkruimte waar geoefend ging worden.
Normaal gesproken vind ik dat soort initiatieven fantastisch en ik moet ook zeggen dat ik niet de grootste tegenstander zal worden, maar er knaagt toch wat aan die heelys.

In mijn beleving is het gewoon net niets. Je kunt er niet fatsoenlijk mee lopen, maar zeker ook niet mee rollen.

Zoals ik al zei ben ik al een aantal filmpjes tegengekomen. Behalve wat mooie tricks en meer tricks en nog meer tricks, zie ik ook een hoop crashcrash en nog meer crashfilmpjes. Tel alle plussen en minnen bij elkaar op en het enige dat overblijft is een rage waar de meeste kinderen wel aan mee willen doen.

Voordelen van Heelys

  • Officieel mag je jezelf natuurlijk super cool noemen.
  • Je traint een nieuwe motorische vaardigheid, altijd goed. Al zal dat in mijn beleving nooit de reden zijn waarom een kind ze zou willen hebben.
  • Ze zien er hip uit, ze zijn in veel verschillende kleuren, geuren (gaat vast stinken na een tijd) en maten verkrijgbaar.
  • Je hebt ze tegenwoordig ook al waarbij je de wieltjes in de schoen kunt drukken en dus toch kunt lopen.
  • Je maakt je dagelijkse wandeling naar school weer een stuk interessanter. Ook in de supermarkt kun je hard tussen de karretjes door scheuren, zo creëer je gelijk weer een mooi opvoedmomentje voor je ouders.

Nadelen van Heelys

  • Je hebt meer kans op overbelasting van je scheenbenen en je kunt dan ook last krijgen van shin splints, oftewel, scheenbeenirritaties.
  • Vallen en opstaan is niet erg, maar aangezien veel kinderen bescherming dragen niet cool vinden kunnen botbreuken en lelijke schaafwonden makkelijk ontstaan.
  • Het looppatroon van kinderen met heelys is ook niet om over naar huis te schrijven, behalve dan als je de wieltjes in de schoen kunt drukken, maar ook al kan dat, dat is natuurlijk ook totaal niet cool.
  • Nog even over het looppatroon. Goed afwikkelen van de voeten is belangrijk om je gewrichten in je lijf goed en effectief te belasten.
  • Ook een nadeel is dat er leerkrachten zijn die een ontzettende hekel hebben aan heelys en die je dan steeds geïrriteerd gaan aankijken net zolang totdat je ze nooit meer aan wil. Dit doen ze overigens omdat ze eigenlijk ook zo cool willen zijn als jij, maar ze van de oppermeester niet aan mogen.

Conlusie

Heelys zijn cool, dat kan ik niet ontkennen. Ze kunnen klachten veroorzaken en je kunt er hard mee vallen, maar het is wel weer goed voor je coördinatie en je evenwicht. Het allerbelangrijkste is natuurlijk dat je het samen met je vriendjes en vriendinnetjes kunt doen en je daarmee je sociale kinderleven weer een boost geeft. Toch hoop ik stiekem op de terugkeer van de rolschaats. Hoewel je daar ook vet veel botten tegelijk mee kunt breken is het wel mijn jeugdsentiment en je kunt er ook nog eens veel harder mee. Op rolschaatsen overbelast je ook veel minder je gewrichten en je scheenbeen. Doe mij dus maar de rolschaats!

Motorische ontwikkeling, wat is dat?

Motorische ontwikkeling, wat is dat?

De motorische ontwikkeling heeft betrekking op het leren bewegen en is in te delen in grove en fijne motoriek. Bij grove motoriek gaat het om grote lichamelijke bewegingen zoals rollen, lopen, dansen, balanceren, springen, et cetera. Bij fijne motoriek gaat het om de handmotoriek en andere (kleine) bewegingen zoals spreken en het bewegen van de ogen. Een goede motoriek is een belangrijke

voorwaarde om samen te kunnen spelen. De basis voor de motoriek wordt gelegd in de eerste twee levensjaren, maar blijft zich ook daarna verder ontwikkelen. Het is belangrijk om kinderen in hun motorische ontwikkeling te (blijven) ondersteunen door middel van spel, bewegingsactiviteiten en bewegingsruimte, zowel binnen als buiten. Kinderen moeten zich vrij kunnen bewegen en hun energie kwijt kunnen. Bijkomend voordeel is dat niet alleen de motoriek geoefend wordt, maar dat ook overgewicht wordt tegengegaan. Ook stimuleert de motorische ontwikkeling de ontwikkeling op andere gebieden zoals cognitie en gedrag.

Zorgen om uw kind?

Net als u maken veel ouders zich wel eens zorgen om hun kind. Soms op basis van eigen observaties, soms na signalen van anderen, bijvoorbeeld de leerkracht op school. Hoe weet u of uw zorgen terecht zijn? Een kind ontwikkelt zich op zijn eigen manier, in zijn eigen tempo. Meestal gaat dat goed, maar soms loopt een kind een achterstand op in zijn motorische ontwikkeling. Omdat er bijvoorbeeld iets mis is met een van de zintuigen, het zenuwstelsel of het bewegingsapparaat.
Een kind met een motorische ontwikkelingsachterstand heeft extra zorg en aandacht nodig. Het moet harder zijn best doen en meer dan gemiddeld oefenen om bepaalde vaardigheden onder de knie te krijgen. Is dat ook met uw kind het geval? Dan kunnen u en uw kind baat hebben bij behandeling door de kinderoefentherapeut.

‘Ach ik was vroeger ook onhandig’

‘Ach ik was vroeger ook onhandig’

Je kent de clichés wel. De appel valt niet ver van de boom. Hij heeft het niet van een vreemde. Clichés die niet alleen ten gunste kunnen komen aan je kind, maar ook vervelende gevolgen kunnen hebben.

Als voorbeeld nemen we Tom. Tom is een jongen van 7 jaar. Op school gaat het leren redelijk, maar tijdens het buitenspelen en gym gaat het vaak mis in het samenspel met zijn klasgenootjes. Hij zit altijd aan andere jongens wat weer geregeld zorgt voor conflictsituaties. Overigens zitten jongens vrijwel altijd aan elkaar en is dit een natuurlijk verschijnsel in de ontwikkeling die ook zeer belangrijk is.

Tom komt het schoolplein opgerend. De jongens proberen elkaar te pakken en rennen achter elkaar aan. Natuurlijk rennen ze niet in een rechte lijn en dus schieten ze van links naar rechts. Tom kan het letterlijk niet bijbenen. Op momenten dat ze iemand te pakken hebben komt Tom erachter aan en lijkt dan zijn langzame sprint goed te willen maken door één van de jongens uit te dagen en te duwen.

Helaas pakt hij de verkeerde uit de klas. Timo is veel sterker en trekt Tom op de grond. Tom staat op en geeft het op. Hij staat 2-0 achter, want zo voelt het. Relativeren doen deze kinderen niet. Buiten het feit dat relativeren natuurlijk een veel te moeilijk woord is met veel te veel lettergrepen valt deze situatie natuurlijk ook niet te relativeren. Ok, ik waag een poging: deze situatie hoort bij de ontwikkeling van ieder kind.

Klaar met relativeren.

Zijn moeder zegt: ‘Tom is gewoon wat minder snel’, en, ‘Ach, ik was vroeger ook onhandig’. Tijdens ons gesprek komen we erachter dat moeder het vroeger heel erg vond dat ze zo onhandig was, maar dat ze het inmiddels heeft geaccepteerd. ‘Mijn kind mag zijn wie hij is en ik hou van hem, ook al is hij wat onhandig’, maar stiekem gunt ze hem meer dan dit.

Een super lieve moeder dus, maar wat voelt Tom?

Ik zou me zo kunnen voorstellen dat Tom zijn tekortkomen op het schoolplein nog zeker niet geaccepteerd heeft. En waarom zou hij ook? Hij is jong, heeft energie voor 10 en is positief ingesteld.

Tom zijn benen ogen zwaar tijdens het rennen en hij tilt zijn voeten niet goed op. Ook staan zijn voeten wat naar binnen (platvoeten) en lukt het hem onvoldoende om zijn voeten af te wikkelen. Dit zorgt voor een instabiel houding- en bewegingspatroon. Dit maakt hem trager in zijn handelen en minder sterk.

Na observaties valt ook op dat dit door werkt in zijn fijne motoriek. Tom houdt niet van werkjes maken wordt gezegd door school en ouders. Mijn vraag is alleen, hoe komt dat? Moet ik ook gelijk aannemen dat hij hier gewoon geen interesse in heeft zelfs al zou hij de beste van de klas zijn? Ik kan me in ieder geval voorstellen dat de interesse een stuk minder wordt wanneer je 3x meer tijd nodig hebt voor hetzelfde resultaat als je klasgenootjes.

Tom komt oefenen om meer wendbaar te zijn tijdens het rennen en spelen op het schoolplein en tijdens gym. Voor zijn voetstand wordt hij doorverwezen naar een podotherapeut. De voetstand blijkt nog tot het achtste levensjaar te kunnen veranderen. Het advies is dan ook om de stabiliteit in de voeten vooral te compenseren met goede schoenen. Daarnaast is lopen op blote voeten, in de zomer in het zand bijvoorbeeld, goed om de stabiliteit in de voet te trainen. Behalve accepteren dat Tom ‘gewoon wat onhandig’ is, zijn dit goede tips om letterlijk en figuurlijk een stap voorwaarts te zetten.

Tijdens de sessies oefentherapie leert hij niet alleen hoe hij zijn benen en voeten beter gebruikt tijdens het lopen en het rennen. Ook oefent hij in het sterker maken van zijn beenspieren door allerlei leuke spelletjes in de oefenzaal. Spelletjes die hij ook thuis kan oefenen. In de klas houdt zijn juf meer rekening met Tom als het gaat om werkjes maken. Hij krijgt meer tijd en er zijn meer oefenmomenten ingebouwd zodat hij meer ervaring krijgt. Ook in de therapie krijgt hij handvatten hoe hij behendiger wordt in fijnmotorische vaardigheden.

Wat minstens zo belangrijk is bij Tom is dat hij positieve ervaringen opdoet in spel en bewegen. Ervaringen waarbij hij voelt dat het beter gaat, waarin hij merkt dat hij niet alleen maar steeds te laat is en daardoor het gevoel heeft niet mee te kunnen doen.

Een positief en reëel zelfbeeld kan door negatieve spelervaringen omslaan in een onrealistisch en negatief zelfbeeld. Gedachten als ‘ik kan het niet’, ‘het lukt me toch niet’ en ‘alles is stom’, komen dan ineens in zijn hoofd terecht.

Na de extra hulp heeft Tom meer inzicht gekregen in eigen kunnen en hoeft hij zich niet meer op een negatieve manier te revancheren op zijn klasgenootjes.

Een goede motorische ontwikkeling is zo’n belangrijke bouwsteen voor de algehele ontwikkeling. Dit wordt nog te weinig gezien en te vaak onderschat. Ouders zijn ook vaak bang dat hun kind onder een vergrootglas komt te liggen en dat het erger wordt gemaakt dan het is. Deze angst zorgt voor stil staan of terugtrekken. Ontwikkeling betekent vooruit gaan, vallen en weer opstaan.

Te weinig beweging? 8 mogelijke gevolgen

Te weinig beweging? 8 mogelijke gevolgen

Ondanks dat de eerste levensjaren tot een jaar of 6 a 7 erg belangrijk zijn voor het ontwikkelen van motorische vaardigheden is bewegen niet ineens een stuk minder belangrijk wanneer de kinderen ouder zijn. De aandacht verschuift wel enorm. Na groep 2 zie je al een enorme verschuiving in dagritme, speeltijd en opstelling in de klas. Kinderen krijgen minder speeltijd, minder ruimte voor creativiteit en minder ruimte voor bewegen.

Wat een kind moet kunnen aan vaardigheden op een bepaalde leeftijd is niet zo moeilijk te achterhalen. Daar zijn talloze lijstjes van op internet. Wat het effect is van het niet of niet voldoende behalen van een motorische mijlpaal is vaak minder bekend.

Hieronder lees je 8 gevolgen die een achterstand in de motorische ontwikkeling kan hebben.

1.Kan een kind nog meedoen?

Dit is wel gelijk de belangrijkste. Een kind wil altijd meedoen met anderen en als het achterloopt op zijn vriendjes haakt hij vroeg of laat af. Als hij geluk heeft zijn er nog een paar vriendjes die afhaken en kan hij alsnog aansluiting vinden bij die kinderen. Dit klinkt eigenlijk best triest en dat is het ook als je het mij vraagt. Vooral als het voorkomen had kunnen worden.

2.Gedrag van een kind kan veranderen

Ik zeg bewust dat het gedrag ‘kan’ veranderen. Dat hoeft natuurlijk niet zo te zijn. Wanneer kinderen meer moeite hebben om mee te komen in samenspel kunnen ze zich meer terugtrekken. Een kind kan juist de rustige plekjes in het veld opzoeken om zichzelf zo een beetje uit lastige situaties te houden. Andersom kan natuurlijk ook. Een kind kan ook zichzelf gaan overschreeuwen door letterlijk harder te gaan praten en proberen de controle die hij mist in het spel te compenseren door de regels aan te passen of continu in discussie te gaan met andere kinderen. Het gedrag van een kind kan op nog meer manieren veranderen, maar dat komt deels in de volgende punten terug.

3.Energie voorraad is eerder op

Kinderen die meer moeite hebben om bij gym een sprong over de kast te maken zullen ook meer energie kwijt zijn. Wanneer je energie eerder op is kun je ook minder makkelijk informatie verwerken. Kinderen die moe zijn botsen vaak ook eerder in sociale situaties.

4.Bewegingsangst

Een kind dat moeite heeft met bewegen kan angsten ontwikkelen voor bepaalde vaardigheden en situaties. Dit heeft gevolgen voor het vertrouwen in eigen kunnen en je eigenwaarde.

5.Minder bewegen

Kinderen kunnen minder gaan bewegen als succes te vaak uitblijft. Dit heeft gevolgen voor de conditie en de algehele ontwikkeling en gezondheid van het kind.

6.Gewichtstoename

Als vervolg op punt 5 is gewichtstoename helaas vaak geen uitzondering bij kinderen die moeite hebben met bewegen.

7.Weg van de minste weerstand

Het kan zijn dat kinderen steeds minder energie gaan steken in uitdagingen omdat ze weten dat het te weinig resultaat oplevert. Hierdoor gaan ze ook steeds vaker uitdagingen uit de weg en houden ze vast aan veiligheid met als gevolg stilstand en/of achteruitgang.

8.Concentratie is minder

Het uitvoeren van motorische vaardigheden vergt sowieso meer concentratie van een kind wanneer hij er meer moeite mee heeft. Toch zie je ook vaker dat kinderen ook in andere situaties moeite hebben om hun aandacht te richten op wat ze doen.

Hoe leer je een kind fietsen? 10 tips

Hoe leer je een kind fietsen? 10 tips

Vandaag moet het dan gaan gebeuren. Ik heb al mijn moed bij elkaar geraapt en mijn agenda leeg gemaakt om mijn zoon te leren fietsen. We hebben hiervoor al een paar keer geoefend en dat ging niet van een leien dakje. Continu was het huilen en angst afgewisseld met grapjes en bijdehante opmerkingen op momenten dat hij het even niet meer ziet zitten. Vandaag geen genade meer. We gaan door tot hij het kan!

Daar gingen we de straat op, allebei met frisse tegenzin. Net nu wij gaan oefenen lijkt het alsof alle buurtkinderen ook de fiets hebben gepakt. Ze fietsen gemakkelijk, hard en lachend om ons heen, dit frustreert ons allebei. Terwijl al die buurtkinderen vrolijk om ons heen fietsen laat mijn zoon ze zien hoe goed hij kan remmen. Nee trappen ho maar,  ja tegen mij aan, terwijl ik hem alleen probeer te helpen.

Ik heb hem in de vorige sessies bemoedigend aangesproken met zinnen als:

‘Als je steeds remt kom je nooit vooruit’

‘als je blijft zeuren stopt papa er mee’

‘als je mijn motoriek had gehad zou je nu al alleen naar school kunnen fietsen’

En als laatste probeerde ik het nog met een meer Cruijfiaanse opmerking:

‘als je niet trapt kom je niet vooruit’, waarop hij antwoordde met:

‘papa kan anders ook niet zo goed trappen, want waarom heb je anders een electrische fiets aangeschaft?’

Hierop zei ik dat hij zijn bijdehandjes beter aan het stuur kon houden dan ze in deze opmerkingen te stoppen.

Echt ontspannen dat fietsen. Daarom dacht ik, ik koop het boek van Thomas Dekker. Daar moeten vast goede tips in staan, maar hier stonden meer tips in voor wat te doen nadat je al bewezen hebt goed te kunnen fietsen.

Welke tips leiden wél naar fiets succes?

Tip 1: Loopfiets

Laat je kind eerst op een loopfiets oefenen. Uit onderzoek blijkt dat het een goede voorganger is om te leren fietsen. Ze hebben de veiligheid van beide voeten aan de grond, maar kunnen wel als ze hard genoeg gaan de voeten op de fiets plaatsen en zo dezelfde evenwichtsreacties oefenen als bij het echte fietsen. Fietsen met zijwieltjes kan natuurlijk ook, dan leren ze wel trappen, maar de overgang naar fietsen zonder zijwieltjes is dan toch best groot.

Tip 2: Laat je kind wennen aan zijn fiets

Begin niet gelijk met fietsen. Is je kind angstig geef het dan de ruimte om aan de fiets te wennen. Zeg dan ook niet gelijk ‘ga er maar op zitten’. Dat is soms al te spannend. In plaats daarvan kan een stukje lopen met de fiets en de remmen inknijpen helpen om te wennen aan de fiets.

Tip 3: Terugtraprem is meest ondoordachte uitvinding ooit

In mijn ogen is een terugtraprem achterhaald en zeer onhandig voor jonge kinderen. Jonge kinderen zitten vaak als ze leren fietsen nog deels in de symmetrische fase. Dit houdt in dat ze graag met 2 handen en 2 voeten exact gelijk bewegen. Dit kan heel goed met handremmen, maar bij een ‘terugtraprem’ moet je vaak met 1 voet remmen en met het pedaal ook nog in de juiste stand staan. Er wordt wel gezegd dat kinderen niet genoeg kracht hebben in hun handen of dat ze niet goed met hun vingers bij de rem kunnen. Let hier wel even op. Toch blijft in mijn ogen een terugtraprem een B-keus.

Tip 4: Hoogte van het zadel

Zorg dat het zadel niet te hoog staat. Eerder te laag dan te hoog zodat de voeten goed bij de grond kunnen. Zodra het fietsen beter gaat kun je het zadel wat omhoog zetten.

Tip 5: Neem ruimte om te oefenen

Wees niet bang om op het fietspad te oefenen. Een klein stoepje waar je niemand tot last bent lijkt geschikt, maar kinderen hebben juist ruimte nodig en andere fietsers zien vaak al snel dat je aan het oefenen bent en snappen heel goed dat ze moeten uitwijken. Het is fijn als er ruimte is en dat het een weg is zonder bochten.

Tip 6: Waar ondersteunen bij de start

Wanneer je kind op de fiets durft te zitten en durft te fietsen met jouw hulp, hou dan zowel je kind als het stuur vast. Zo kan je kind wennen aan de snelheid. Voel of je kind gaat hangen tegen je aan of dat het al redelijk in balans kan blijven.

Tip 7: Volgende stap

Hierna ga je oefenen met het loslaten van het stuur. Zo kan hij zelf leren sturen. Benoem dat hij mag remmen wanneer hij wil en laat hem positieve ervaringen opdoen met remmen inknijpen en voeten aan de grond zetten. Motiveer hem wel om steeds iets langer te wachten met remmen zodat er minder geremd en meer gefietst gaat worden.

Tip 8: Steeds minder ondersteunen

Uiteindelijk ondersteun je hem alleen nog maar met 1 hand in zijn nek en probeer je als dit goed gaat af en toe zijn nek los te laten.

Tip 9: Soms een paar stappen terug doen

Het kan heel goed gebeuren dat bij een negatieve ervaring (doordat hij een keer valt) je weer een paar stappen terug moet doen. Probeer niet te forceren om weer snel een paar stappen verder te zijn

Tip 10: Oefenen in het verkeer

Oefen met opstappen, wegrijden, remmen en afstappen. Allemaal zelfstandig zodat je hulp niet meer nodig is. Geeft je kind grenzen waar het zelfstandig mag fietsen en waar niet. Schroom niet om je kind af en toe mee te nemen in het verkeer, al is het alleen maar in de wijk waar je woont zodat het ook leert om overzicht te krijgen in het verkeer. Dit kan alleen als het fietsen een automatisme is geworden.

Tot slot

Maak een feestje van fietsen door je verwachtingen als ouder niet te hoog te leggen en de tijd te nemen. Vergeet niet dat fietsen een complexe vaardigheid is en dat als ze het eenmaal kunnen het niet meer verleren.

Percentage overgewicht bij kinderen is veel te hoog!

Percentage overgewicht bij kinderen is veel te hoog!

Besef als ouder dat je kind een groot risico loopt wanneer het al overgewicht heeft. Zeker als je kind nog in de basisschoolleeftijd zit. Niet dat overgewicht goed is wanneer je kind ouder is, maar op jonge leeftijd heeft dat zo’n grote invloed op de toekomst.

Van de kinderen tussen 4-12 jaar oud hebben 12.3% overgewicht en daarvan heeft 3.9% obesitas! Dat betekent bijna in iedere klas wel 1 kind obesitas heeft en zeker 3 à 4 kinderen overgewicht hebben. En dit is een landelijk gemiddelde.

In achterstandswijken of prioriteitswijken, net hoe je het wilt noemen, is het percentage velen malen hoger. Dan hebben we het zelfs over 30% van de kinderen die te zwaar zijn met een gemiddelde van 9% obesitas.

School en ouders

Op scholen zie ik tegenwoordig ladingen fruit en groente voorbij komen. De traktaties zijn vaak nog wel ongezond waarmee we laten zien dat we suiker en ongezonde vetten nog steeds omarmen en accepteren met z’n allen. De pauze momenten en het beweegonderwijs zou wat mij betreft ook beter kunnen, maar in het onderwijs worden goede zaken gedaan. Ondanks onze eeuwenoude vastgeroeste systemen is er toch beweging in de goede richting zichtbaar.

Thuis gaat het nog te vaak mis. Ouders ontkennen ook vaak dat hun kind snoep krijgt of weten niet goed wat goed of slecht eten is. En dan heb ik het uiteraard over de ouders van kinderen met overgewicht. Feit is gewoon dat als kinderen te zwaar zijn dat ze meer energie naar binnen krijgen dan ze verbranden. Dat is een probleem!

Ik ben geen voedingsdeskundige…

Nee, dat niet, maar ik zie veel kinderen en ik zie ook een groot gedeelte van de omgeving van de kinderen. Signaleren, waarschuwen, confronteren en adviseren, meer kan ik niet doen. Advies over voeding laat ik aan anderen over, maar over bewegen heb ik genoeg te zeggen.

Hulp inschakelen is geen falen

Vaak zien ouders het als falen wanneer ze hulp nodig hebben, dat is in mijn ogen iets wat veel mensen (zo niet alle mensen) voelen. Je komt alleen verder door te accepteren dat je niet alles zelf kunt en open staat voor adviezen van mensen die daar iets meer vanaf weten dan jij.

Denk jij nou, tsja, mijn kind is te zwaar, kom dan nu in actie. Als ouder ben je de belangrijkste schakel in de ontwikkeling van je kind. Jij bepaalt of je kind (of jij) hulp krijgt of niet. Uiteindelijk willen we allemaal een gezond kind met een gezonde toekomst, toch?

Bron

https://www.volksgezondheidenzorg.info/onderwerp/overgewicht/cijfers-context/huidige-situatie#node-overgewicht-kinderen

https://www.tno.nl/media/1431/pzsckindereninstadswijkenrapport.pdf

Laat maar lekker zitten!

Laat maar lekker zitten!

Je kinderen goed en lekker laten zitten op een goede stoel en aan een goede tafel. Het kost weinig tijd en het levert veel op.
Ik zie het bij kinderen in alle groepen. Van groep 1 tot en met groep 8 word ik als oefentherapeut niet altijd blij. En dat terwijl we in Nederland super goed meubilair hebben. Toch presteren we het met z’n allen om wel de spullen te hebben, maar niet de kennis, of gewoon geen tijd, geen zin, geen interesse, geen weet ik veel wat voor reden je nog meer kunt bedenken om een kind op een verkeerde stoel te laten zitten. Voordat we dus beginnen met de woorden ‘ga rechtop zitten’, wat overigens een dubieuze zin is om uit te spreken, kunnen we beter beginnen met het juiste meubilair.

Even een kort stappenplan:

  1. Kijk even rond in je klas wanneer alle kinderen bezig zijn, bijvoorbeeld net na je instructie.
  2. Kijk wie er met zijn voeten bij de grond kan, want wanneer dit alleen met de bal van de voet kan zit een kind automatisch op een te hoge stoel. Dit is natuurlijk wel heel stoer voor dit kind, maar hij/zij heeft hier niets aan.
  3. Kan een kind met beide voeten op de grond komen, kijk dan of de knieën in een hoek van 90 graden staan. Is de hoek kleiner dan zit het kind waarschijnlijk op een te lage stoel.
  4. Wanneer de stoel is aangeschoven moet een kind de ellebogen op tafel kunnen leggen zonder dat het de rug voorover hoeft te buigen. Moet dit wel dan kun je er vanuit gaan dat de tafel te laag is.
  5. Wanneer het kind met aangeschoven stoel de ellebogen op tafel kan leggen, maar schuiven de ellebogen verder op tafel met gestrekte rug dan kun je er vanuit gaan dat de tafel te hoog is. Je ziet het vaak ook al doordat het net lijkt alsof het kind onderuit gezakt zit, omdat het bijna onder de tafel verdwijnt. En serieus, ik kom dit gewoon nog heel vaak tegen.

We hebben nu in 5 stappen al snel door wie de juiste stoel en de juiste tafel hebben en wie niet. Bij voorkeur doe je dit aan het begin van het schooljaar en bijvoorbeeld net na de kerstvakantie. Kinderen kunnen schrikbarend hard groeien, dus het is meer een ‘moetje’ dan een ‘laat maar lekker zitten’.

Succes! En als je twijfelt, laat het me dan even weten.

Meer leren? Meer bewegen!

Meer leren? Meer bewegen!

Het effect van te weinig beweging bij de kinderen wordt vooral door kleuterjuffen goed opgemerkt.

“Wanneer het de hele week slecht weer is zijn ze gewoon niet meer te houden.”

Kleuterjuffen spreken dan ook voor een groot deel dezelfde taal als ik. Heel fijn. Voor een groot deel zijn de kleuters bezig met spel- en motorische ontwikkeling. Alle indrukken die deze kinderen krijgen moeten tussendoor spelenderwijs en door te bewegen verwerkt worden. En dat gaat lastig als ze niet naar buiten kunnen door slecht weer.

“Je kunt een kind nog beter door de regen laten rennen dan binnen houden met zijn opgekropte indrukken en spanningen.”

Wat we alleen vergeten is dat de situatie bij oudere kinderen even erg of zelfs nog erger is dan kleuters met een week regen. Oudere kinderen mogen namelijk ook met mooi weer bijna niet naar buiten. Het is net als naar de wc gaan. Wanneer kleine Bas aan de juf vraagt ‘Mag ik naar de wc?’, zegt de juf gelijk ja. Ze weet namelijk dat het anders te laat is en dan heeft kleine Bas zijn broek vol plas (rijmt ook lekker trouwens). Grote Bas uit groep 4 kan zijn plas wat langer ophouden en hoeft dan ook niet direct naar de wc. Complete onzin als je het mij vraagt.

De kleuters zijn niet meer te houden volgens de kleuterjuffen. De oudere kinderen kunnen zich nog redelijk gedragen, dus waarom naar buiten? Als je dit als ouder leest denk je misschien, ‘nou mijn kind zit in groep 5 en gedraagt zich helemaal niet, tenminste, wel op school, maar thuis breekt hij de tent af!’ En dat is nou net waar het om gaat. Verwerking! Die hoofdjes worden volgegooid met leerstof, maar tijd voor verwerken van leerstof is vaak schaars.

“Nog heel even jongens. We doen nog 1 hoofdstuk.”

Het enige dat ouders thuis kunnen doen is hopen dat ze hun kind in beweging krijgen om het overvolle hoofd te ontladen voordat het ontploft.  Dit is al lastig zat aangezien de tablet om aandacht schreeuwt naar ieder kind dat uit school komt. Een duidelijk kader geven en daarmee de impopulaire ouder spelen is onvermijdelijk.

“Op de lange termijn zijn de kids je dankbaar.”

Dat moeten we dan maar hopen en daar heb je op dit moment natuurlijk niets aan. Mijn hoop is dan ook gevestigd op een jaar mooi weer, want anders krijgen de kleuters en indirect hun juffen het nog zwaar. Naast mijn hoop voor mooi weer pleit ik voor meer beweging in het onderwijs, anders zijn onze kinderen straks net zo stug als het onderwijs zelf.

Hoe goed beweegt mijn kind

Hoe goed beweegt mijn kind?

DIY (Do It Yourself) is echt een term die zo hip is dat ik hem er ook maar eens in gooi. Waarom zouden kinderen allerlei onderzoeken nodig hebben terwijl je als ouder of leerkracht ook prima zelf een kind kunt beoordelen met de juiste handvatten?

Verder onderzoek door een specialist kan altijd nog wanneer je merkt dat het kind onder niveau presteert.

We starten vanaf vandaag dan ook met de DIY screening voor ouders en leerkrachten. Ik zeg er wel gelijk bij dat het hierbij gaat om kinderen van 4, 5 en 6 jaar oud. Deze leeftijd is zeer belangrijk als het gaat om het vroegtijdig kunnen signaleren van ontwikkelingsachterstand. Niet alleen op cognitief en sociaal emotioneel gebied is dit belangrijk, maar ook zeker op het gebied van de motorische ontwikkeling. Screeningsformulier 4-6 jaar leerkrachten – ouders.

Wanneer beweegt uw kind nou goed genoeg? Wanneer is zijn of haar motoriek op leeftijdsniveau? Dat zijn vragen die je als ouder meestal niet direct kunt beantwoorden. Het is ook logisch dat je dit niet allemaal weet. Vaak hoor ik ouders zeggen dat hun kind geen problemen heeft met bewegen.

‘Mijn kind kan namelijk heel hard rennen, dus problemen? Nee dat gaat allemaal wel goed!’

Bewegen is niet alleen heel hard kunnen rennen en gelukkig snappen velen dat ook heel goed. Om je als ouder of leerkracht te helpen om wat meer inzicht te krijgen in het bewegingsniveau heb ik een screeningsformulier toegevoegd waarin je kinderen bepaalde opdrachtjes kunt laten doen om een beter beeld te krijgen van de motoriek.

Bij ieder onderdeel staat hoeveel keer het kind bijvoorbeeld een bal moet kunnen vangen. Zo kun je dan ook duidelijk zien of het kind dit beheerst.

Vergelijken

Om een goed beeld te krijgen of een kind goed of minder goed is in een onderdeel is het handig om het kind met andere kinderen te vergelijken. Dit doet iedere ouder en leerkracht. Soms bewust en soms onbewust. Als ouder vergelijk je vaak met broers of zussen en buurkinderen. Dit is uiteraard niet betrouwbaar genoeg. Een broer kan misschien wel boven gemiddeld presteren waardoor je als ouder al snel denkt dat je andere zoon/dochter onderpresteert.
De standaarden op het formulier zijn gebaseerd op grootschalig onderzoek en vergelijk bij kinderen in de leeftijd 4, 5 en 6 jaar.

Download onderstaand screeningsformulier en Do It Yourself!

screeningsformulier-4-6-jaar-leerkrachten-ouders

Dyslexie en motoriek 8 stappen om je kind te helpen

Dyslexie en motoriek: 8 stappen om je kind te helpen

Bewegen en spelen is essentieel voor kinderen in de basisschoolleeftijd. Andere leeftijdsgenootjes doen dit ook en hierdoor vergroot een kind zijn kans om mee te kunnen doen. Het samenspelen en bewegen geeft kinderen de kans om zowel motorisch als sociaal emotioneel te ontwikkelen.

Er kunnen bij kinderen allerlei redenen zijn waardoor het meedoen minder gemakkelijk gaat. Één van die redenen is dyslexie. In mijn praktijk heb ik al veelvuldig gezien dat kinderen met dyslexie moeite hebben met het aanleren van bepaalde motorische vaardigheden. Het vraagt vaak om veel herhaling en het hoofd van deze kinderen lijkt soms ook snel vol te zitten.

Dyslexie is een veel voorkomend woord wanneer je kind op de basisschool zit. De afgelopen jaren hoor ik veel ouders hierover. Hierbij gaat het vaak over het traject naar diagnose en de vervolgstappen die hopelijk genomen kunnen en gaan worden.

Wat gaan we bespreken in dit artikel?
In dit artikel wil ik het heel graag met jullie hebben over de invloed van dyslexie op bewegen en de gehele motorische ontwikkeling. Maar voordat we daarover kunnen praten zullen we eerst duidelijk moeten maken wat dyslexie inhoud. Ook is het proces naar signalering, diagnose en behandeling erg belangrijk om mee te starten.

Wat is dyslexie eigenlijk?

Dyslexie is een taalstoornis met als belangrijkste kenmerken lees- en spelproblematiek. Lezen, spellen en zeker ook schrijven zijn belangrijke vaardigheden in de ontwikkeling van ieder kind. Deze vaardigheden worden minder snel aangeleerd ondanks een normale intelligentie. Om goed te functioneren in de maatschappij kan dyslexie dan ook een flinke belemmering betekenen voor een kind.

Volgens het steunpuntdyslexie.nl betekent dyslexie het volgende:

Dyslexie betekent letterlijk: niet kunnen lezen. De term komt uit het Grieks. Dys = niet goed functioneren, beperkt, en lexis = taal of woorden.

Wat is de kernoorzaak van lees- en spelproblemen?

Als meest belangrijke theorie worden de minder ontwikkelde fonologische vaardigheden genoemd als oorzaak. Met het fonologisch vaardigheden kun je de klanken herkennen en van elkaar onderscheiden.

Het fonologisch tekort kan opgedeeld worden in drie dimensies:

  1. Een zwak fonologisch bewustzijn
  2. Een zwak korte termijn geheugen
  3. Niet snel ophalen van lexicale items

Lexicale items hebben te maken met de woordenschat van je kind.

Waarom zorgt dyslexie ook voor motorische problemen?

Dyslexie heeft zoals hierboven benoemd één kernprobleem en dat is een fonologisch tekort. Daarnaast is dyslexie een breder taalprobleem. Zo heeft het ook invloed op de motorische vaardigheden.

Maar hoe?

Er bestaat een belangrijke theorie die zegt dat kinderen met dyslexie een niet goed werkend procedureel geheugen hebben. Dit houdt in dat kinderen moeite hebben met de opslag van op regels gebaseerde kennis (impliciete kennis). Als voorbeeld: Kinderen krijgen op school of tijdens gym uitleg hoe ze een opdracht moeten gaan uitvoeren, daarna wordt het voorgedaan, samen geoefend en uiteindelijk moet het kind het alleen kunnen. De kennis vooraf heb je nodig om een beweging in te zetten en/of te kunnen oefenen. Kinderen met dyslexie hebben moeite om deze stappen te onthouden en informatie om te zetten in een activiteit.

Daarnaast werkt het declaratieve geheugen vaak wel goed. Hierbij gaat het om expliciet leren, oftewel het leren na aanleiding van een gebeurtenis.

Uit onderzoek blijkt dat kinderen met dyslexie zowel een probleem hebben met hun procedurele geheugen als het korte termijngeheugen. Dit kan dan ook verklaren waarom kinderen met dyslexie minder snel motorische vaardigheden aanleren.

Wat is comorbiditeit?

Comorbiditeit staat voor het tegelijk hebben van twee of meerdere stoornissen.

Stoornissen bij kinderen die tegelijk met dyslexie voorkomen zijn:

  • SLI: taalstoornis die staat voor specific language impairment.
  • ADHD: een aandachtstoornis die staat voor attention deficit hyperactivity disorder.
  • DCD: een motorische ontwikkelingsstoornis die staat voor developmental coördination disorder.

Het is altijd goed om te weten dat wanneer je kind dyslexie heeft er ook sprake kan zijn van een andere stoornis of andersom. (Er bestaat ook een richtlijn comorbiditeit)

Dyslexie test

Net als bij veel diagnoses is het belangrijk dat het wordt herkend en erkend. Ik hoor ouders vaak praten over hun kinderen en het vermoeden op dyslexie. Veelal wordt er gesproken over de trage opstart van testen via school.

E-scores

Kinderen op de basisschool kunnen in aanmerking komen voor vergoeding van onderzoek naar en behandeling van dyslexie. De basisschool moet hierbij gezien worden als soort poortwachter. Kinderen moeten dan ook voldoen aan bepaalde scores voordat ze in aanmerking komen.

Zo kunnen kinderen met een E-score op lezen en leerlingen met een lage D-score op lezen én een E-score op spellen in aanmerking komen voor onderzoek en behandeling, mits deze scores zijn vastgesteld op minimaal drie opeenvolgende meetmomenten en na aanbod van extra zorg/specifieke interventies.

Je begrijpt al dat je kind hierdoor niet zomaar in aanmerking komt en dat als je kind in aanmerking komt er vaak al een flinke perioden overeen gegaan is. (er bestaat ook een protocol Dyslexie voor diagnostiek en behandeling)

Heft in eigen hand nemen

Ik zou adviseren om bij vermoeden van dyslexie alvast een spaarpotje op te bouwen. Na kort onderzoek op internet ben ik erachter dat de kosten van dyslexie onderzoek variëren tussen de 700 en 1100 euro. Wanneer je iedere maand 100 euro apart houdt is je kind binnen een jaar aan de beurt. De verhalen van kinderen die eigenlijk gediagnosticeerd hadden moeten worden en waarbij het nooit is gebeurd hoor ik nog te vaak.

Je kunt je voorstellen dat wanneer je kind net te goed scoort om voor onderzoek en behandeling in aanmerking te komen het frustrerend is dat hij geen extra hulpmiddelen en begeleiding krijgt op school. Vooral bij deze groep kinderen zou ik overwegen om het heft in eigen handen te nemen. 

Dyslexie verklaring

Na diagnosticeren van dyslexie krijgt het kind een dyslexieverklaring. Met deze verklaring kan school extra hulpmiddelen en begeleiding inzetten. Onder bepaalde omstandigheden kan het mogelijk zijn om de kosten van bepaalde hulpmiddelen af te trekken van de belasting.

Er kunnen ICT hulpmiddelen worden toegepast zoals een computer met extra software gericht op dyslexie. Hierbij zal je kind worden ondersteund bij zowel lezen, spelling als het schrijven. Het schrijven wordt eigenlijk overgenomen door het typen.

Ook kunnen kinderen dispensatie krijgen en krijgen ze soms meer tijd voor bepaalde opdrachten en/of toetsen.

Hoe ga je als ouder om met dyslexie bij je kind?

Ieder kind heeft een andere gebruiksaanwijzing en dit verschilt niet bij kinderen met dyslexie. We kunnen stellen dat ook niet ieder kind met dyslexie dezelfde problemen ervaart. Toch zijn er een aantal belangrijke voorwaarden die je kunt toepassen.

Vanaf dit punt zal ik wat meer ingaan op de motorische kant van dyslexie. Hier ligt ook meer mijn kennis. Kinderen komen bij mij dan ook niet met een hulpvraag op het gebied van dyslexie, maar juist op het gebied van motoriek/bewegen. Kinderen met een motorische hulpvraag kunnen natuurlijk wel dyslexie hebben, vandaar ook dit artikel. Ik zal hieronder in een aantal stappen noemen hoe je een kind met dyslexie verder helpt in het bewegen. 

Maar eerst, wat valt op in de motoriek?

Bij kinderen met dyslexie vallen vaak een aantal dingen op in hun motorisch handelen zoals:

  • Moeite hebben met schrijven, onhandige pengreep en onleesbaar handschrift.
  • Ruimtelijke oriëntatie is vaak matig. Kinderen hebben moeite met links, rechts, boven, onder.
  • Balvaardigheid is matig, ze zijn vaak onhandig en ongeconcentreerd. Een bal- of teamsport lukt vaak moeizaam.
  • Heeft moeite met zowel fijn- als grofmotorische vaardigheden.

Stap 1: Automatiseren

Kinderen met dyslexie hebben moeite met automatiseren. Dit houdt in dat kinderen het lastig vinden om bewegingen automatisch toe te passen. Het vraagt dan ook om meer herhaling van hetzelfde alvorens een kind verder kan met een volgende stap.

Het gaat in dit geval dan ook niet alleen om hoe je hiermee omgaat, maar ook vooral dat je als ouder weet wat je kunt verwachten van je kind.

Stap 2: Rustige omgeving

Kinderen met dyslexie raken vaak snel afgeleid vanuit hun omgeving. Veel prikkels komen ongemerkt binnen en hierdoor verleggen ze steeds kort hun focus. Natuurlijk moeten kinderen met dyslexie ook dingen leren doen in een drukkere omgeving, maar waar geleerd moet worden heeft een rustige omgeving de voorkeur.

Als ouder kun je hierbij helpen door een koptelefoon aan te schaffen voor school. Deze kan je kind opzetten op school of thuis wanneer het moet concentreren. Let er wel op dat hij de koptelefoon niet te vaak en te lang op doet. Door te lang met een koptelefoon op te zitten zorg je er ook voor dat je nog sneller reageert op geluiden. Je laat je lijf immers wennen aan nog minder auditieve prikkels.

Zorg dat je kind de omgeving waarin hij zich moet concentreren opgeruimd houdt. Zo min mogelijk spullen op de tafel en vooral geen telefoons of andere schermen, behalve als deze nodig zijn bij de opdracht.

Stap 3: kies zorgvuldig de juiste sport

Een kind met dyslexie kan niet zomaar iedere sport gaan doen. Dat kan natuurlijk wel, maar vaak zie je toch dat het niet in alle sporten uitblinkt. Gemiddeld genomen zijn balsporten en teamsporten lastig voor kinderen met dyslexie. Er valt dan natuurlijk al veel  af, dus ik wil het ook niet gelijk overboord gooien , maar hou hier wel rekening mee.
Kinderen die positieve ervaringen opdoen in hun sport krijgen hier ook meer zelfvertrouwen van. Zelfverdediging is een voorbeeld van een sport waar vaak zowel de omgeving als de sport zelf duidelijk en clean is.

Stap 4: Zorg voor betekenisvolle uitleg

Wanneer je als ouder je kind een beweging of spel wilt aanleren, zorg dan dat je uitleg duidelijk en betekenisvol is. Hoe abstracter je het houdt hoe minder je kind er van zal begrijpen. Zorg tegelijk ook voor goede voorbeelden, ezelsbruggetjes en plaatjes. Iets voordoen helpt goed.

Wanneer je kind een beweging heeft geoefend, vraag dan bijvoorbeeld hoe het voelde. Wij kunnen als volwassen snel zien wat er nog niet zo goed gaat, maar een kind heeft dat vaak nog niet zo goed door. Feedback kan niet alleen negatief overkomen, maar is ook confronterend. Kinderen met dyslexie leren door ervaring. Het inzetten van zintuigen helpt hierbij. Hoe voelde het? Hoe ruikt het? Wat zag je? Wat hoorde je? Dat zijn allemaal vragen naar zintuigen en prikkels. Alleen de vraag ‘wat hoorde je?’ is waarschijnlijk de meest lastige voor een kind met dyslexie.

Stap 5: Gebruik de kwaliteiten van je kind

Vaak weet je als ouder goed wat je kind nog niet zo goed kan, maar ga eens letten op wat hij juist wel goed kan. Gebruik deze kwaliteiten en benoem ze wat vaker. Kinderen met dyslexie worden dagelijks geconfronteerd met hun dyslexie en hebben vaker het gevoel dat ze falen. Laat dus ook meer licht schijnen op de kwaliteiten. Dit kun je terug laten komen in sport en spel. Kan je kind een bepaalde beweging goed dan is het voor een kind ook fijn als hij deze beweging vaker kan gebruiken.

Stap 6: Ruimte en tijd

Geeft je kind meer ruimte en tijd. Vaak duurt het wat langer voordat ze precies weten wat de bedoeling alvorens ze een activiteit kunnen starten. Laat je kind de opdracht je is uitgelegd herhalen. Zo weet je ook wat er in hun hoofd is gekomen en hoe ze de uitleg interpreteren.

Stap 7: Voorspelbaarheid

Zorg voor een goede voorbereiding wanneer je kind iets moet gaan doen. Wanneer het vooraf al een keer heeft geoefend weet het beter wat er komen gaat en ontstaat er een meer voorspelbare situatie.

Stap 8: Veiligheid

Geef je kind het gevoel van veiligheid door niet teveel te verwachten. Er wordt vaak onnodig druk gelegd op kinderen met dyslexie doordat de verwachtingen te hoog zijn. Zorg ook voor een goede structuur.

Tot slot

Kinderen met dyslexie hebben net als alle kinderen hun valkuilen en kwaliteiten. Er bestaan genoeg voorbeelden van mensen met dyslexie die enorm succesvol zijn of zijn geweest. Mozart, Da Vinci, Albert Einstein, Muhammed Ali, Steven Spielberg, maar ook Tom Cruise, Robbie Williams en Jamie Oliver hebben dyslexie. Allemaal mensen met belachelijk veel talent op een bepaald vlak. Help je kind om zijn of haar dromen te bereiken door ze te begrijpen en te starten met de 8 stappen die hier staan benoemd.

Bronnen:

http://www.steunpuntdyslexie.nl/

http://www.nrd.nu/

http://www.kwaliteitsinstituutdyslexie.nl/

http://www.stichtingdyslexienederland.nl/