Help mijn kind blokkeert! 8 tips om je kind weer in beweging te krijgen

Help mijn kind blokkeert! 8 tips om je kind weer in beweging te krijgen

Koen is een slimme jongen. Hij is 8 jaar en doet het goed op school. In de klas bedoel ik dan vooral. Met gym en in dagelijkse handelingen zoals het naar school toe fietsen gaat het vaak mis. Hij zeurt al snel als hij letterlijk in beweging moet komen. Zijn ouders zien wel hoe dat komt. Hij is erg angstig om te vallen en voorkomt dat door zo min mogelijk te bewegen. Hij zet zijn hersenen in om zich uit voor hem lastige situaties te discussiëren. Zijn moeder is het type ‘niet zeuren, maar doorzetten’. Dit werkt bij Koen vaak averechts. Hij doet zijn armen over elkaar, buigt voorover en gaat steeds meer in een protesthouding. Ook is hij er verdrietig over en dit gevoel kan hij lastig inhouden. Ook tijdens gym barst hij geregeld in tranen uit. Het oefenen door vallen en opstaan is voor hem geen optie omdat hij ten kosten van alles wil voorkomen dat hij valt. Het zal dan dus ook anders moeten, maar hoe?

1. Kies voor veiligheid

Wanneer je kind snel blokkeert en weinig vertrouwen heeft in zichzelf is het verstandig om bewegingen en spel te kiezen waar hij zich prettig en vertrouwt mee voelt. Laat hem speelgoed / speeltoestellen kiezen die hij kent en waar hij zelf graag wat mee wil doen. Sluit aan bij je kind en denk niet de hele tijd aan het doel wat je voor ogen hebt zoals dat hij eindelijk eens niet gaat huilen als hij één keer valt. Falen, fouten maken, vallen en negatieve ervaringen moeten in het begin ten alle tijden voorkomen worden. Iedere keer dat hij valt bevestigt alleen maar zijn negatieve gevoelens en zo sta je verder af van je uiteindelijke doel. Daarnaast zorgt het vallen er ook voor dat het bij jou weer dat gevoel los maakt dat je het niet passend vindt bij de situatie. Hij voelt dat jij zijn gevoelens niet serieus neemt en tja, dan voelt hij zich nog slechter dan hij zich al voelde.

2. Voelen van eigen lijf

Vraag in de bewegingen en spellen wat hij voelt en geef zelf ook aan wat jij voelt. Dit betekent dus ook dat je wel mee moet doen. Als je aangeeft dat je begint te zweten van het rennen of dat je het klimmen een beetje spannend vindt dan geeft dat je kind het gevoel dat hij niet de enige is met dat gevoel. Ook lokt het uit dat je kind zijn aandacht naar binnen richt om ook te voelen wat hij voelt in die situaties. En het kan ook uitlokken dat je kind ook gaat benoemen wat het voelt. In je lijf zit je angst, maar in je lijf zit ook je kracht, je kwaliteiten. Door deze te ervaren richt je minder de aandacht op de buitenwereld (stomme bal, stom klimrek, stomme mama), maar meer op je binnenwereld.

3. Leren vallen

Wanneer vallen een angst is kun je ook een valspelletje doen. Kies uiteraard een zachte ondergrond (een bed bijvoorbeeld) en je kunt los. Een stoeispelletje vooraf maakt je kind bewust van zijn hele lijf doordat het alle spieren krachtig aanspant om te winnen van zijn vader/moeder. Na dit spel kun je oefenen met je laten vallen op het bed, voorover vallen waarbij je je handen kunt gebruiken om je op te vangen is het minst spannend. Daarna kun je ook op je rug en je zij vallen en uiteindelijk zelfs met ogen dicht. Doe dan net alsof het bed van beton zou zijn, hoe zou je dan je lichaamshouding veranderen om (relatief) zacht te vallen? Die houding kun je ook gebruiken op het gras buiten in de tuin etc. En probeer vooral je eigen ideeën hierbij ook uit. Het geeft je hopelijk wat inspiratie, maar laat je eigen creativiteit en vooral die van je kind de vrije loop. Het plezier staat voorop! Onthoud dat!

4. Stoplicht-methode

Een stoplicht is een woord waar iedereen gelijk een beeld van heeft. Zelfs de jongste kinderen weten vaak al welke kleuren een stoplicht heeft en ook grotendeels wat de betekenis is. Een stoplicht kun je op veel manieren gebruiken. In dit geval zou je kunnen zeggen dat groen staat voor makkelijke opdrachten, oranje voor lastige opdrachten die je wel kunt wanneer je je goed inspant en concentreert en rode opdrachten zijn de opdrachten die je niet kunt. Je kunt een stoplicht ook gebruiken om je gevoel te verdelen. Zoals bij de angst die deze jongen kan ervaren. Groen staat dan voor totaal geen spanning, oranje voor een beetje spanning en rood staat voor super spannend (help ik wil naar huis).
Je doel is dat je kind vaker in de kleur oranje zit en minder vaak in rood. De opdrachten die je bij punt 1 hebt gedaan waren gericht op veiligheid en die passen natuurlijk in groen. Wanneer het vertrouwen en de veiligheid er is kun je naar oranje opdrachten.

5. Kiezen van eigen doel

Het is belangrijk dat je kind eigen doelen kiest. Bij het klimrek kun je vaak in etappes omhoog. Je kind kiest bijvoorbeeld voor 1 stapje omhoog. Hij denkt dat dit eng genoeg is, maar eenmaal gedaan zie je hem al trots kijken en is hij opgelucht. Vraag aan hem welke kleur het was. Grote kans dat hij groen zegt. Dan gaat hij waarschijnlijk al snel een stapje hoger. Het komt voor dat je als ouder heel graag zou willen zien dat hij nog een stapje hoger doet. Groei geeft energie en smaakt ook vaak naar meer, maar…. Respecteer het gevoel en de keuze van je kind. Ik geef eerlijk toe dat ik hier ook geregeld moeite mee heb, omdat ik het kind gewoon heel veel groei gun. Maar forceren werkt vrijwel altijd averechts.

6. Nooit forceren

En dus gaan we niet forceren, maar wat doen we wel. We stimuleren en faciliteren. We stimuleren het kind door concrete complimenten te geven. ‘Wat kon jij je stevig vasthouden toen je daar boven stond’. Ook kun je vragen aan je kind wat hij nou zo goed deed. ‘Hoe kan het dat je nou al zo hoog klom?’ Hierdoor lok je uit dat je kind gaat nadenken over wat er nodig is om zo hoog te klimmen. Dit vinden kinderen vaak heel lastig. Ze kunnen vaak niet zelf bedenken dat ze lef nodig hebben en kracht en balans en dat ze goed moeten kijken en voelen.

7. Helpende gedachten

Benoem samen voordat je start met een opdracht een aantal positieve gedachten en kies er één uit die jullie hardop uitspreken voordat je start met de opdracht. Wijs je kind op een negatieve gedachte die hij misschien tijdens een opdracht uitspreekt. En nodig hem uit om deze te vervangen door een positieve opdracht. Als dat echt niet meer lukt en het negatieve gevoel begint te overheersen vraag je het kind in welke kleur hij zit (stoplicht). Grote kans dat hij zelf de keuze moet maken om even pauze te nemen voordat het te laat is.

8. Succes ervaringen

Tot slot. Alles draait om succeservaringen in de ontwikkeling. Hak doelen in kleine stukjes en hak die weer in nog kleinere stukjes. Een kleine succeservaring voelt ook al heel goed, maar als de focus niet op die ervaring ligt dan gaan we er aan voorbij en voelen we het succes niet. Dan krijgen we kinderen die alles wat ze kunnen normaal vinden. Het gevoel dat je niet goed genoeg bent ligt dan al snel op de loer. Ik wens alle ouders en vooral de kinderen dan ook veel succeservaringen toe, hoe klein dan ook.

Add a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *